Variant 1 : Lie plat op je rug. Houd de handen, handpalmen omlaag, in de buurt van de dijen. Zonder de buiging van de benen, langzaam verhogen van de heupen en de lumbale deel van de rug en ook zorgen voor een daling van de benen tot aan de tenen raken de vloer, naast het hoofd. Blijf rechtdoor en de knieën dicht bij elkaar liggen. De benen en dijen moeten in een rechte lijn Druk op de kin tegen de borst; dit zal buig de cervicale regio en de circulatie voor dat deel. Adem langzaam door de neus.
Blijf in deze houding zolang mogelijk volgen en terug te keren naar de oorspronkelijke positie ligt plat. Herhaal dit drie tot zes keer.
Variant 2 : Lie plat neer met de armen, handpalmen omhoog, over het hoofd. Nu langzaam zodat je op de benen als in variation1, en contact met de handen met de tenen. Dit geeft extra stretching aan de cervicale en lumbale regio's van de wervelkolom.
Variant 3 : De weg naar die positie wordt ervan uitgegaan dat de oorspronkelijke halasan, vervolgens weer de benen strekken, behalve voor zover mogelijk, om de handen stevig op de vloer. Dit strekt de spieren van de benen.